‘’Op de fiets tegen IS? Echt niet!’’


Op de fiets in afghanistanIn het artikel  doen Terpstra en de Vries (Volkskrant, 11 september) een pleidooi om het imago van Defensie op te poetsen. Dat zou minstens even belangrijk zijn dan het budgettair-financiële beleid.Als reserveofficier ben ik het daar helemaal mee eens, en daarom wil ik aanmerkelijk verder gaan in de aanbevelingen die ze in het artikel doen. Maar het gaat niet om oppoetsen.

Oppoetsen is niet nodig, het koper op de uniformen blinkt fantastisch, we zien het alleen te weinig buiten de kazerne (behalve dan straks op Prinsjesdag). Het gaat om veel vaker te laten zien hoe het blinkt. En niet alleen in het zo fraaie uniform wat bij bijzondere gelegenheden gedragen wordt.

Uitblinken doen de militairen in zware omstandigheden op missies en in sportprestaties, in opleidingen en onderlinge competities, maar de vorming van competenties en karakters die van grote waarde kunnen zijn voor de maatschappij, dat blijft teveel verborgen. Leiderschap, doorzettingsvermogen, teambinding, een hoog moreel, kameraadschap, opofferingsgezindheid, het zijn kernwaarden van de krijgsmacht maar onderbelicht in de maatschappij als geheel.

Ik werk twee punten van de auteurs uit en voeg er een middel aan toe.

Zeker heeft de politiek een rol en ja, ook het onderwijs. Nederland heeft weliswaar niet een martiale instelling, onze natie is wel een product van slim en doortastend militair optreden onder aanvoering van met name Maurits van Oranje. Later werd hij Europa’s meest gevraagd militair hervormer en adviseur. Twee maal heeft hij Bergen op Zoom bevrijd. Wie weet van de slag bij Bergen op Zoom? Ik zat er jaren op school, en ik meen dan ik redelijk heb opgelet, maar ik heb er weinig over vernomen. Er was zelfs een Zeeslag bij Bergen op Zoom. (kleine nuancering, in de Oosterschelde). Dat ontdekte ik onlangs pas in het Zeeuws Museum waar sinds 2004 een lang verborgen tapijt uit 1608 hangt met een voorstelling ervan.

Zeker, er is ook een rol voor Defensie zelf. Maar niet alleen voor hoge militairen. Vooral ook de subalterne officieren, onderofficieren, soldaten en mariniers hebben bijzondere verhalen. Niet alleen spannende verhalen maar vooral over leiden en opleiden, een team bouwen, moeilijke beslissingen nemen onder grote druk, over lessen trekken uit fouten die je maakt, over vallen en opstaan, elkaar er doorheen slepen en wat al niet meer. Ik weet niet of ik nu teveel uit de school klap maar er zijn concrete plannen om militairen te begeleiden om aan storytelling te doen, net zoals dat plaatsvond in april ter gelegenheid van de viering van KL 200 (tweehonderd jarig bestaan van de Koninklijke Landmacht).

Terug naar Maurits. Er is een Maurits Instituut in oprichting. Doel is om mensen, bedrijven en organisaties in contact te brengen met militaire kennis en ervaring. Ondergetekende is hiervan mede-initiatiefnemer, in de vorm van een stichting. We willen laten zien dat juist ook het maatschappelijk middenveld hier een actieve en positieve rol kan spelen. Een brugfunctie tussen overheid en burgers. Tussen defensie en alle organisaties waar mensen geïnspireerd willen worden door de militaire aanpak van leiden, beslissen en uitvoeren. Wij zijn geen koperpoetsers in dienst van defensie. In een onafhankelijke positie zijn we in staat om de militaire taal te vertalen naar de taal op straat, in de klas, naar de taal van de teamleider of manager in bedrijf en organisatie. Voor wie het wil horen en voor wie het wil zien blinken.

Rob Evers, Wilnis Majoor (Reserve) der Infanterie

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *