Kampfgruppen: Eén van de sleutels tot SUCCES

In het boek ‘Auftragstaktik en het Pruisische/Duitse leger 1850 – 1945‘ analyseert Jaap Jan Brouwer het Duitse, Britse en Amerikaanse leger aan de hand van het 7-S-model van Peters & Waterman. Dit model biedt een helder analytisch kader met daarin plaats voor zowel de harde als de zachte elementen van een organisatie. Van belang is hierbij telkens de vraag of er een besturingsconcept is en of dit op een consistente en congruente wijze vertaald is naar alle aspecten van de organisatie. De Duitsers hadden Auftragstaktik als besturingsconcept met een heldere visie op de uitwerking van de verschillende elementen van het besturingsconcept. De beide andere legers hadden geen eenduidig besturingsconcept hetgeen de onevenwichtige opbouw en daardoor geringe battlefieldperformance verklaard. In een serie van een aantal artikelen willen wij zaken die ons zijn opgevallen, beschrijven, het volledige verhaal en zijn contact is te vinden in het bovengenoemde boek.

Het eerste artikel gaat over Kampfgruppen, een fenomeen waar civiele organisaties nog veel van kunnen leren.

Kampfgruppen: de ‘silver bullit’ van het Duitse leger?

De hoge battlefield performance van het Duitse leger wordt naast door de focus op zelfstandige besluitvorming voor een ander deel verklaard door de gerichtheid op samenwerking. Het Duitse leger maakte voor tactische operaties frequent en effectief gebruik van ad hoc en ter plaatse georganiseerde eenheden, zogenaamde Kampfgruppen. (14 – 132) De achterliggende filosofie was dat het Duitse leger zich weliswaar in allerlei organogrammen en schema’s liet vatten, maar dat het in praktijk door de grote mate van standaardisatie in denken en doen kon worden beschouwd als een ‘pool’ van mensen en materieel waaruit afhankelijk van de situatie kon worden geput. In feite waren de Duitsers in staat om een hiërarchische organisatie binnen enkele minuten om te zetten in een procesgestuurde organisatie. Ze waren met andere woorden in staat om snel de overstap van het ene besturingsconcept naar het andere te maken. Of misschien was het wel een pure procesorganisatie die allen t.b.v. de personele planning beschikte over een organogram, maar voor de rest fluïde was.

“Getrennt marschieren, vereint schlagen!” Von Moltke

 

Changing gears

Kampfgruppen waren de spil waar alles om draaide, dit was de accelerator voor de omzetting van een hiërarchische naar een procesgestuurde organisatie met multifunctionele teams en gaf het Duitse leger daardoor een ongekend concurrentievoordeel. We moeten ons hierbij realiseren dat ‘in rust’ een legerorganisatie functioneel is opgebouwd, hij bestaat uit:

  • Infanterie
  • Cavalerie
  • Artillerie
  • Genie
  • Et cetera.

Voor gevechtsacties heb je echter meerdere, van situatie tot situatie, verschillende functies of competenties nodig. Deze competenties kwamen samen in de Kampfgruppen, groepen waarin de verschillende functionele eenheden als cavalerie, infanterie en artillerie gezamenlijk waren ondergebracht als multifunctionele eenheid. Specialistische eenheden konden ook makkelijk een plaats krijgen binnen geheel om zich na de strijd weer bij hun ‘pool’ te voegen. Hiermee pareerde von Moltke een van de zwaktes het concept van Auftragstaktik, namelijk de tegenstelling tussen

  • Zelfstandigheid (los van elkaar opereren, ieder voor zich)
  • Samenwerking (multifunctionele eenheden: met elkaar opereren): Verbundene Waffen.

De Verbundene Waffen moesten beide tegenstellingen met elkaar verenigen, de Kampfgruppen waren daar de uiterlijke verschijningsvorm van. Verbundene Waffen zijn ook een illustratie van een ander belangrijk begrip, dat van Einheit. Pruisen en Duitsers hechtten en hechten veel belang aan Einheit, gemeenschappelijkheid. Een eenheid moest ook echt een eenheid zijn, gesocialiseerd tot een groep. In sociologische termen maak je op deze wijze de stap van Gesellschaft naar Gemeinschaft. Hoe groter de eenheid binnen de groep, hoe hoger de Kampfgemeinschaft. Het zijn sociologisch belangrijke begrippen die aangeven hoe mensen zich tot elkaar verhouden: zie Ferdinand Tönnies (biografie Tönnies). Deze Duitse socioloog onderscheidt twee typen van sociale groepen: de Gemeinschaft – vaak vertaald als gemeenschap – heeft betrekking op groepen die gebaseerd zijn op onderlinge verbondenheid, gemeenschappelijke banden en gemeenschappelijke doelen, de leden van de groep zijn de middelen om de gemeenschappelijke doelen te bereiken. Gesellschaft– vaak vertaald als maatschappij – aan de andere kant zijn groepen die bij elkaar blijven omdat ze over en weer instrumenteel voor elkaar zijn om de doelen van de individuele leden te bereiken op een ‘dit voor dat’- basis; het is met andere woorden een contractenstelsel tussen individuen.

De Duitsers focusten altijd op het creëren van een Gemeinschaft, gemeenschap-pelijkheid en een groepsdoel, hetgeen ook de ‘resilience’ (weerstandvermogen en veerkracht) van bijvoorbeeld de Kampfgruppen verklaart.

Dit lijkt makkelijk, maar blijkt bijzonder moeilijk in de praktijk te brengen, zelfs tegenwoordig lukt het organisaties niet om op natuurlijke wijze te wisselen tussen klassieke hiërarchische organisatie en een procesgestuurde organisatie. Maar ook legerorganisaties hebben hier grote problemen mee door bestaande en/of gecultiveerde tegenstellingen. Zo had het Britse leger een reputatie op het terrein van rangen en standen hoog te houden en bestonden er ook tussen regimenten onderling verschillen in sociale positie.

Arnhem laat ook weer het gemak zien waarmee Duitse eenheden met elkaar versmolten. Hier een officier van waarschijnlijk Waffen SS Division Hohenstaufen die de leiding neemt over een eenheid bestaande uit manschappen van de Luftwaffe en Kriegsmarine, een exotische combinatie op zijn minst.

 

Schnelle Kombinationen

Deze Schnelle Kombinationen van Kampfgruppen maakten het Pruisisch/Duitse leger ook bijzonder ‘agile’, een onderwerp waar Amerikaans georganiseerde bedrijven nog steeds mee worstelen. Als men niet gewend is in multifunctionele eenheden te denken en werken, dan moet je de samenwerking tussen de functionele kolommen organiseren en dat vereist plannen en nog eens plannen, eindeloos afstemmen, overleggen en coördineren, op elkaar wachten et cetera. Dat resulteert in een grote lag time in actie en de daarop afgestemde reactie. Geen wonder dat daardoor eenheden en legers die door de Amerikanen zelf werden omschreven als ‘slack’, ‘lackluster’, ‘slugish’ en ‘timid’: men wachtte bevelen van hogerhand af en men durfde geen eigen initiatief te nemen. Hierdoor kwamen de planningstijd en de real time ver uit elkaar te liggen.

“In contrast to the Eastern theatre of operations, in the West it was possible to still straighten out seemingly impossible situations because the opposing armies there… despite their enormous material superiority, were limited by slow and methodical modes of combat”

In de literatuur wordt beschreven wat de effecten zijn als je alles van tevoren moet doordenken, beschrijven in plannen en met elkaar moet bespreken: “…the chief weakness was a ponderous approach to any problem… (The British) always tended to organize their movements according to the text-book and official manuals. A whole series of elaborate conferences, often starting at the divisional headquarters and going down through brigade and battalion level, tended to be organized at every opportunity. This consumed valuable time and was much too reminiscent of training schemes at home”. (16 – 380)

Dat gaf de Duitsers altijd ruim de tijd om zich te herpositioneren en terrein te heroveren. Ze waren ook nooit bang om omsingeld te worden, ze wisten dat de Geallieerden daar niet toe in staat waren door hun trage besluitvormingsprocedures en hun uitvoerige en trage planvorming. De Duitsers daarentegen reageerden altijd alert en adequaat. In de woorden van de Britse veldmaarschalk Harold Alexander: “In addition there was the astonishing flexibility in the chain of command which permitted the instantaneous welding together of the most heterogeneous units, from all arms, into effective battlegroups”

Het is ook interessant om te zien hoe Amerikaans georganiseerde bedrijven tegenwoordig proberen ‘agile’ te omarmen, compleet met hele programma’s, trainers en coaches; kansloos als het niet in het DNA van de organisatie zit en integraal onderdeel van het besturingsconcept is.

Daarnaast zie je dat de afgelopen jaren het Amerikaanse leger het heeft over ‘mission command’’ en ‘commander’s intent’, kopietjes van elementen van Auftragstaktik. De kans dat ze begrijpen waar ze het over hebben en de consequenties kunnen doorzien zijn gering, net als een halve eeuw geleden: “Even after studying the Prussian and German armies for decades, the US military showed “difficulty interpreting” the concept of Auftragstaktik and most officers would not come closer to it even when they attended the next higher military education institute.” Waarvan acte.

 

Meer weten?

Wilt u meer achtergronden lezen achter dit artikel? Bestel dat het boek.  

Titel : Auftragstaktik en het Pruisische/Duitse leger 1850-1945 | 1e druk, 2017
Auteur : Jaap Jan Brouwer
Rubriek : Leiderschap, Duitsland, Geschiedenis, High performance organisatie
Uitgeverij : Aspekt
Pagina’s : 244
Uitvoering : Paperback
EAN : 9789463382830
Prijs : € 22,95

Bestellen

 

In een volgend artikel gaan we in op de opleiding van Amerikaanse officieren aan instituten als The United States Military Academy West Point en The American Command and General Staff School Fort Leavenworth. De achtergronden van deze opleidingen verklaren veel over de lage battlefield-performance van het Amerikaanse leger in beide wereldoorlogen.
 

Heeft u vragen of wilt u meer weten over over wat het Maurits Instituut voor u kan betekenen? Klik dan op de onderstaande knop of bel ons op 085 – 06 56 276.
Contact

 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *